Uitgeverij Europese Bibliotheek, 1998.
Een klein geindustrialiseerd land waar het inwonertal in anderhalve eeuw van 2,5 miljoen naar 15,5 miljoen steeg en dat al vele jaren de hoogste bevolkings- en autodichtheid van Europa heeft, weet niet beter dan dat de nationale ruimte doeltreffend moet worden geordend. Die ordening heeft ingrijpende consequenties gehad voor de volkshuisvesting. Huurders lieten zich gedwee onderbrengen in eenvormige nieuwbouwwijken aan de randen van de steden. De Wederopbouw en de daarop volgende babyboom golden lange tijd als verontschuldiging voor die schrale vorm van volkshuisvesting. Daarbij wisten overheden en architecten wat goed was voor de mensen. Naar de mening van de toekomstige bewoners werd niet gevraagd.
Na jaren is er een omslag op gang gekomen. De ruimtelijke ordening dwingt de nieuwbouw weliswaar nog steeds in een streng keurslijf, maar de rollen zijn omgedraaid. Was de volkshuisvesting tot voor kort volledig onderworpen aan overheidsbemoeienis, nu treedt die overheid terug ten gunste van het marktdenken. De huurdersmarkt is voor het overgrote deel een kopersmarkt geworden. De woonconsument hecht steeds meer belang aan zijn leefomgeving. Hoe wordt die ingericht? Welke inspraak heeft hij? In hoeverre wordt de ontwikkelaar een partner die bijdraagt aan een heilzame leefomgeving?
Het dichtbevolkte, voor een groot deel kunstmatig aangelegde Nederland is vergelijkbaar met een grote bouwplaats. Dit boek doet in opdracht van Wilma verslag van een reeks verkenningen op die bouwplaats. De foto's brengen verslag uit van een reis door Nederland. Vanuit de subjectieve gewaarwording geven ze een beeld van de woonbeleving en van de leefomgeving van 15,5 miljoen Nederlanders aan het eind van de 20ste eeuw. Zoals een reiziger door Nederland wordt geconfronteerd met de voortdurende afwisseling van stad en landschap, zo wisselen de beelden in dit boek zich in een hoog tempo en vaak confronterend met elkaar af.